De boerderij, een concept dat niet meer van onze tijd is?

Leestijd ongeveer: 5 minuten.

Ooit was het zo dat het boeren bedrijf de hoeksteen van de samenleving was. Het was de motor waar de samenleving op draaide. Een boerderij was de basis waar de complete micro economie van een dorp op draaide. De boer voorzag het dorp van (bijna) alles wat het nodig had. Voedsel, werk en inkomen. De boer was afhankelijk van de diensten die in het dorp aangeboden werden en omgekeerd. De door de boer verbouwde gewassen waren nodig om als dorp te overleven. De melk en het vlees waren onmisbaar wanneer je het hebt over de gezondheid van de dorpsbewoners. De smid voorzag de paarden van hoefijzers en de molenaar maalde het door de boer verbouwde graan. Het dorp leverde de werknemers die de boer in drukke tijden hielp bij het runnen van zijn bedrijf.

Het was een gezonde manier van ruilhandel die in evenwicht was. Er waren vrijwel alleen maar winnaars, er vielen weinigen buiten de boot. Het was een gemeenschap waar mensen in staat gesteld werden om hun verantwoordelijkheid te nemen en waar men wist waar men het voor deed. Leven en laten leven.

De vooruitgang, die samenhangt met het leven in een gemeenschap, heeft er door de eeuwen heen voor gezorgd dat de afstand tussen de boer en de samenleving bijna tot een bijna on-overbruggelijke grote is geworden. Geld was een ruilmiddel dat het makkelijker maakte om diensten in waarde tegen elkaar weg te strepen. Het hing een waarde (prijs) aan de waarde van de boer en zijn bedrijf en de diensten die er vanuit het dorp tegenover stonden. Van ruilmiddel werd geld al snel een doel. Hoe meer geld iemand bezat, hoe meer hij kon besteden en hij in aanzien leek te stijgen. Geld betekende ook dat de boerderij in staat gesteld werd om werkzaamheden te automatiseren, groter, minder afhankelijk te worden.

Het boeren bedrijf werd een geldmachine dat niet alleen door de boer zelf werd gewaardeerd maar ook door het vakgebied dat van het maken van geld met geld zijn werk had gemaakt. Gestimuleerd door de markt die het mogelijk maakte voor de boer om automatiseringen, zoals bijvoorbeeld het aanschaffen van een tractor, door te voeren. Automatisering dat er voor zorgt dat de boer minder afhankelijk werd van het dorp omdat een tractor het werk van de werknemers uit het dorp gedeeltelijk over kon nemen. De boer werd door de geld industrie gestimuleerd, om niet alleen geld uit te geven dat hij al had verdient maar een voorschot te nemen op geld dat hij in de toekomst zou gaan verdienen, door nog meer in automatiseringen te investeren en minder goed lopende boerderijen over te nemen. Schaalvergroting en minder mensen om het bedrijf draaiende te houden was de gewoonste zaak van de wereld. Het boeren bedrijf en het dorp hadden elkaar steeds minder nodig. Het werk, dat eerst door de arbeiders uit het dorp werden gedaan, daar had de boer nu zijn machines voor en de vooruitgang zorgde er voor dar er voor de “werkloze” dorpsbewoners andere vacatures (vaak in de steden) beschikbaar kwamen.

Het bedrijf dat een altijd noodzakelijke schakel in de micro economie van het leven en laten leven was geweest was een veel meer op zichzelf staande onderneming geworden. De boer was verantwoordelijk voor zijn eigen portemonnee en zijn verantwoordelijkheid lag steeds minder bij de algemene verantwoordelijkheid.

De maatschappij veranderde met deze vooruitgang mee en de eigen portemonnee werd voor de consument ook steeds belangrijker. Verantwoordelijkheid werd minder belangrijk dan het hebben van producten voor de zo laagst mogelijke prijs. Dit had tot gevolg dat boeren (en de meeste vakgebieden in de maatschappij) moesten gaan produceren voor een zo laag mogelijke prijs. Veel produceren op een zo goedkoop mogelijke manier had tot gevolg dat de automatiseringen  tot nog meer schaalvergrotingen lijden. Mega boerderijen die meer producten afzetten dan waar de boer vroeger ook maar over had kunnen dromen. De “winsten”, waar al een voorschot op genomen was werden netjes afgedragen aan de geldschieters om aan de boer zijn verplichtingen te voldoen. 

Waren er in elk dorp eerder enkele 10 tallen kleine boeren die bijdroegen aan de micro economie nu waren het vaak 1 of twee grote boeren bedrijven die bij een dorp hoorden. Bedrijven die verder van de maatschappij afstonden dan ooit. De schaalvergroting hadden naast de voordelen ook bijkomende nadelen. Overproductie, melkplassen, boterbergen en mestoverschotten tot gevolg. De maatschappij reageerde stimuleringsmaatregelen die garandeerde dat boeren een vast, markt gerelateerde prijs kregen voor de overgeproduceerde producten………. 

Nu, anno 2022 is het zo ver dat het boeren bedrijf in zijn huidige vorm zijn langste tijd lijkt hebben gehad. Alles is in alles door geslagen. De consument wil veel waar voor een zo klein mogelijke prijs. De door de overproductie geproduceerde afvalstoffen zijn een last geworden voor de omgeving.  Vanuit de dorpen wordt geklaagd over stank en geluidoverlast vanuit het boerenbedrijf. De natuur gilt om minder afvalstoffen omdat het hem vernietigd. Kortom de rekening van de schaalvergroting en het buiten spel zetten van de micro economie wordt ons nu gepresenteerd. 

Het lijkt er nu op dat de zwartepiet volledig bij de agrariërs neer gelegd worden en zij worden inderdaad hard geraakt door de maatregelen die o.a. voortkomen uit de CO2 maatregelen die nu nodig zijn om onze kinderen een leefbare wereld te garanderen. Vergeet echter niet dat de rekening uiteindelijk door onze hele maatschappij gedragen zal moeten worden. Wij hebben allemaal meegewerkt aan de schaalvergroting en het zo goedkoop mogelijk produceren. Zaken die geleid hebben tot de situatie waar we nu mee geconfronteerd worden. 

Misschien zouden wij als consumenten bereid moeten zijn om wat meer te betalen voor de door de boer geproduceerde producten en wat minder kieskeurig moeten zijn misschien wat minder waarde moeten hechten aan onze zonvakantie?). Wij zijn degene die het boeren bedrijf in staat moeten kunnen stellen om aan bijvoorbeeld aan schaalverkleining te kunnen denken. Schaalverkleining die er aan bij kan dragen dat het boeren bedrijf toekomst bestendig kan overleven. Minder produceren zodat de milieubelasting zo klein mogelijk is tegen een reëlere prijs die wij als consumenten bereid zijn om te betalen. Dan maar 3 stukjes vlees per week i.p.v. elke avond een gehaktbal bij het avond eten. Misschien wel gezond voor ons ook?

Nu is dit verhaal wel heel erg zwart/ wit maar misschien, wanneer je het goed leest, onze gezamenlijke verantwoordelijkheid. Onze gezamenlijk verantwoordelijkheid naar onze kinderen en hun kinderen. Een leefbare aarde (waar niet alleen de boeren verantwoordelijk voor zijn maar wij allemaal!)

Yosy 

%d bloggers liken dit: